Portugal is in te delen in in 3 regio’s: de Algarve in het zuiden, het rustigere noorden en het historische midden. Wij wilden dit midden van Portugal vanuit één plaats gaan bekijken en kozen voor Cascais, een klein vissersstadje vlakbij Lissabon.

Op zoek naar rust

Het was onze bedoeling om in Portugal eens echt vakantie te gaan vieren. Manlief en ik hadden allebei een drukke periode op ons werk achter de rug en we wilden het een keertje rustig aan doen.

We wilden dit keer geen drukke rondreis, waarbij we iedere dag van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat druk waren met bezichtigingen en ervaren. Het plan was om in een rustig tempo het centrale deel van Portugal te bekijken en om ook regelmatig gewoon te genieten van het mooie weer.

We boekten dus voor twee weken een villa in het prachtige Vila Bicuda en omdat dit net buiten Cascais ligt, huurden we ook voor twee weken een auto.

Cascais is een echt Portugees pareltje

Volledig in de relax-stand hebben we na aankomst in Vila Bicuda eerst een dagje aan het fijne zwembad gelegen. Maar toen begon het toch weer te jeuken en zijn we naar het centrum van Cascais gereden om het stadje te bekijken. Maar daar waren we heel wat drukker mee dan verwacht, Cascais bleek een echt Portugees pareltje te zijn.

CascaisGoed, het was onze eerste kennismaking met Portugal. Toch werden we heel aangenaam verrast. Cascais was namelijk al in de 19e eeuw populair bij inwoners van Lissabon. En het resultaat daarvan is dat Cascais vol staat met prachtige villa’s, die als zomerresidentie van de koninklijke familie en de lokale adel dienden.

Het toppunt hiervan is de kasteelachtige villa van Jorge O’Neil, een Portugees/ Ierse aristocraat. De villa is sinds 1931 een museum en omgedoopt tot het Condes de Castro Guimarães Museum. Binnen hangen schilderijen en er staan dure meubels, porselein, juwelen en een oud orgel.

Tegeltjes!

CascaisNatuurlijk is er een mooi strand en is het leuk om bij de oude haven rond te neuzen. Maar het waren de typische Portugese tegeltjes aan de gevels van huizen en villa’s die wij het mooiste vonden. Vooral de tegels van het stadhuis zijn prachtig, net als alle ‘straattegeltjes’. In plaats van straatbordjes worden de namen van straten namelijk met tegeltjes aangegeven. Zo ben je al snel een uurtje zoet met het zoeken naar de mooiste tegeltjes.

Cascais heeft behalve een gezellig historisch centrum ook een mooi 15e eeuws fort. En twee kilometer noordelijker ligt Boca do Inferno (mond van de hel). Deze uitgesleten opening in de indrukwekkende rotswanden is ook de moeite van het bekijken waard. Kortom: ons voornemen om het in Portugal rustig aan te doen sneuvelde al op de tweede dag. Het was de schuld van Cascais, er is te veel te zien!

Wil je meer lezen over mijn verblijf in Portugal? Kijk dan bij mijn reistips voor Portugal.

Write A Comment